Alleen voor ondernemers  

Uitgebreide productinformatie

125.000 artikelen

Snelle levering

Uw eigen contactpersoon

Alleen voor bedrijven

Banner

Slijpen: uw complete startpunt voor elke slijptoepassing

Slijpen is een onmisbare stap in de metaalbewerking. Of u nu lasnaden afwerkt, materiaal verwijdert of een oppervlak strak maakt: het juiste slijpmateriaal maakt het verschil tussen tijdverlies en perfect resultaat. Maar waar begint u? En welke schijf gebruikt u in welke situatie?

Hier krijgt u in één oogopslag inzicht in de basis van slim slijpen, zodat u direct kunt ontdekken welke oplossingen het beste passen bij uw werkzaamheden.

Wat is slijpen?

Slijpen is een verspanende bewerking waarbij materiaal wordt verwijderd met een slijpmiddel dat met hoge snelheid roteert. De snijwerking ontstaat doordat duizenden scherpe slijpkorrels micro‑sneden maken in het oppervlak. Dit maakt slijpen geschikt voor zowel intensieve materiaalafname als nauwkeurige afwerking van metalen onderdelen.

Doelen van slijpen

  • Doorslijpen: bedoeld om materiaal snel, recht en gecontroleerd te scheiden.
  • Afbramen of ontbramen: verwijderen van scherpe of ongewenste randen na snijden, frezen of zagen.
  • Oppervlakte egaliseren: creëren van een vlak, uniform oppervlak voor verdere verwerking.
  • Oppervlaktebewerking: voor nabewerking, matteren, satineren, verwijderen van verkleuring, verflagen, roest en herstel van lichte beschadigingen aan het oppervlak.
  • Lasnaden afwerken: gladmaken van lasrupsen voor een strakke afwerking.
  • Vormcorrectie: nauwkeurig aanpassen of herstellen van materiaalvormen.

Hoe slijpen werkt (de technische basis)

Een schuurmiddel bestaat altijd uit een drager (bijvoorbeeld papier, fiber of linnen), een bindmiddel van kunsthars en de schuurkorrels zelf. Soms is er bovendien een extra stearaat-toplaag aanwezig. Deze toplaag voorkomt dat het schuurmateriaal vroegtijdig volloopt, waardoor u langer efficiënt kunt slijpen.

  • Omtreksnelheid: dit bepaalt de snijkracht van de slijpkorrels en daarmee de efficiëntie van materiaalverwijdering.
  • Wrijving en warmteopbouw: deze beïnvloeden het risico op verkleuring, verbranden of vervormen van het materiaal. Dit is bepalend voor welk korreltype geschikt is.
  • Korreldichtheid, structuur en binding: deze bepalen agressiviteit, standtijd en de kwaliteit van de afwerking.
  • Korrelgrootte: (bijv. K36–K120) bepaalt hoe grof of fijn de snede wordt. Grove korrels verwijderen veel materiaal, fijne korrels zorgen voor een nauwkeurige en gladde eindafwerking.
  • Schuurkorreltype en -grofheid: (bijv. aluminiumoxide, zirkonium of keramisch) bepaalt hoe agressief en duurzaam het slijpmiddel is. Hardere korrels blijven langer scherp en zijn geschikt voor zware materiaalafname, terwijl zachtere korrels een fijnere afwerking geven.

Deze parameters zijn cruciaal om de juiste slijpschijf te kiezen voor materialen zoals staal, RVS, aluminium en non‑ferrometalen.

Slijpen per materiaal

Elk materiaal reageert anders op warmte, druk en korreltype. Daarom vraagt ieder materiaal om een specifiek slijpmiddel en een bijpassende slijptechniek.

Als vuistregel geldt: aluminiumoxide is geschikt voor harde materialen, terwijl siliciumcarbide juist ideaal is voor zachtere materialen. Daarnaast speelt de strooiing van de korrels een rol. Bij een open strooiing liggen de korrels verder uit elkaar, waardoor het schuurmiddel minder snel volloopt bij intensieve materiaalafname. Een gesloten strooiing wordt ingezet wanneer een zeer egale en fijne afwerking gewenst is.

Onderstaand overzicht geeft per materiaal de belangrijkste materiaaleigenschap en het aanbevolen type slijpschijf.

Staal

Hard materiaal met hoge slijtvastheid.

Voor staal is een agressieve korrel nodig met hoge materiaalafname. Slijpmiddelen met zirkonium- of keramische korrel zijn hiervoor het meest geschikt.

Roestvast staal (RVS)

Warmtegevoelig materiaal dat snel verkleurt.

RVS vraagt om koel slijpen. Gebruik warmtearme korrels, schuurkorrels zoals keramische korrels of gecoate slijpmiddelen die verkleuring en vervorming helpen voorkomen.

Aluminium

Zacht en taai materiaal dat snel dichtloopt.

Aluminium is een lastig te bewerken metaalsoort door de zachtheid ervan. Daarom werkt een open strooiing met anti‑verkleefcoating het best. Dit voorkomt vollopen en houdt de schijf scherp tijdens de bewerking.

Non-ferrometalen

Zacht tot middelhard materiaal met kans op verkleving.

Gebruik een open structuur met een korrel die past bij de legering. Aluminiumoxide is geschikt voor zachtere metalen; siliciumcarbide voor hardere of brosse non‑ferro’s.

Veelgebruikte slijptechnieken

Slijpen kunt u op veel verschillende manieren uitvoeren, afhankelijk van uw doel, de materiaalsoort en de gewenste afwerking. De ene techniek is ontwikkeld voor agressieve materiaalverwijdering, terwijl een andere juist bedoeld is voor een nette en gecontroleerde afwerking. Door te begrijpen hoe elke slijptechniek werkt, kiest u eenvoudiger het juiste slijpmiddel voor uw klus.

Doorslijpschijven

Doorslijpschijven gebruikt u om snel en nauwkeurig door materiaal te snijden. Ze zijn dun, scherp en gericht op een strakke snijlijn. U past deze techniek toe wanneer u niet wilt slijpen, maar scheiden.

Afbraamschijven

Afbraamschijven gebruikt u voor snelle en agressieve materiaalverwijdering. Ze zijn ideaal voor het wegslijpen van ruw materiaal en het voorbewerken van lasnaden. U kiest deze techniek wanneer kracht en snelheid belangrijker zijn dan een fijne afwerking.

Fiberschijven

Fiberschijven zijn geschikt voor vlakslijpen en het creëren van een strakke, egale oppervlaktekwaliteit. Ze geven u controle door de stevige rug en gelijkmatige korrelverdeling. U zet ze in wanneer u een vlak en uniform resultaat wilt bereiken.

Nylon reinigingsschijven

Schuurschijven met open vliesstructuur. Deze zorgt ervoor dat de schijf niet volloopt bij het schuren van coatings, lijmlagen of zacht metaal.

Lamellenschijven

Lamellenschijven bieden een combinatie van materiaalafname en nette afwerking. Dankzij de overlappende lamellen werkt u gecontroleerd en comfortabel. U gebruikt ze wanneer u zowel efficiënt wilt slijpen als een mooie finish nodig hebt.

Mini-fiberschijven

Minivulcanfiberschijven zijn ontworpen voor detailwerk en kleine oppervlakken. Ze bieden veel precisie bij krappe ruimtes of delicate bewerkingen. U gebruikt ze wanneer nauwkeurigheid belangrijk is.

Schuurbanden

Schuurbanden zijn ideaal voor grote oppervlakken of stationair werk. Ze zorgen voor snelle, gelijkmatige materiaalafname. U kiest ze wanneer u langere stukken efficiënt en koel wilt bewerken.

Vlies schuurschijven

Surface conditioningschijven zijn geschikt voor het matten, satineren en afwerken (laatste schuurbewerking) en voor het egaliseren van voorgeschuurde vlakke en licht geprofileerde componenten met hoge vereisten aan decoratieve oppervlakken.

Veilig slijpen

Veilig werken staat altijd voorop wanneer u slijpt. Door de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken en uw machine en slijpschijf correct in te zetten, voorkomt u letsel, schade aan het werkstuk en onnodige risico’s. Onderstaande richtlijnen helpen u om verantwoord en efficiënt te werken.

1. Correcte opslag van slijpschijven

Voor veilige en optimale prestaties is het belangrijk slijpschijven correct op te slaan. Bewaar ze altijd droog, vlak en beschermd tegen zonlicht en extreme temperaturen. Hanteer het FIFO‑principe zodat oudere schijven als eerste worden gebruikt. Controleer daarnaast altijd de houdbaarheidsdatum die op de schijf vermeld staat. De richtlijnen voor maximale bewaartermijn verschillen per type schijf:

  • Kunstharsgebonden schijven: tot ongeveer 3 jaar
  • Fiberschijven: 2–3 jaar, gevoelig voor vocht
  • Lamellenschijven: 3–5 jaar

Tip: gebruik een fiberschijf-opslaghouder of overweeg een magazijnoplossing.

2. Controle vóór gebruik

Controleer voor elke klus of de slijpschijf onbeschadigd is en of deze geschikt is voor het maximale toerental van de machine. Monteer de schijf op de juiste manier en laat de machine kort proefdraaien voordat u begint.

Draag daarbij altijd passende persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een veiligheidsbril, handschoenen, gehoorbescherming, beschermende, vlamvertragende kleding en veiligheidsschoenen met zo min mogelijk naden.

Deze voorkomen oogletsel, brandwonden en snijwonden tijdens het werken.

Bekijk alle persoonlijke beschermingsmiddelen ►

3. Veilig en stabiel werken

  • Zet het werkstuk altijd veilig en stabiel vast om verschuiven, trillen of terugslag te voorkomen.
  • Sta stevig en houd de machine met twee handen vast.
  • Richt vonken altijd van uzelf en anderen af.
  • Plaats het werkstuk zo dat het tijdens het slijpen niet kan bewegen.

4. Voorkom oververhitting

Gebruik geen overmatige druk tijdens het slijpen en laat de schijf het werk doen. Door met vloeiende, gecontroleerde bewegingen te werken, voorkomt u warmteopbouw, verkleuring of vervorming van het materiaal.

5. Houd uw werkomgeving veilig

Zorg dat er geen brandbare materialen in de buurt liggen waar vonken terecht kunnen komen. Werk bij voorkeur in een goed geventileerde omgeving en maak gebruik van afzuiging bij langdurige slijpwerkzaamheden.